dinsdag 26 juni 2012

Danone: Goed voor de weerstand. Ook op de beurs?


Danone in het kort


Iedereen kent de naam Danone wel. Van de reclame op tv, van uw eigen winkelkarretje of van de ontbijttafels in de hotels. De allersimpelste vuistregel op de beurs is: beleg in wat je kent. En Danone beantwoord volledig aan die eis. Maar er zijn wel nog vuistregels te volgen.

Danone is een bedrijf dat leeft bij gratie van de consument. Indien deze bereid is om geld uit te geven dan zal Danone het goed doen. Natuurlijk zal de consument niet in eerste instantie besparen op zijn voeding, maar toch. Een negatief consumentenvertrouwen zal altijd wegen op Danone. Niet dat Danone geen troeven heeft om de klanten aan zich te binden. Het is actief in vier sectoren. Om te beginnen is het wereldwijd actief in zuivelproducten. Het maakt en verkoopt zaken zoals yoghurt en haalt hieruit 58% van zijn omzet in 2011. Zuivelproducten spelen in op een algemene trend dat mensen alsmaar gezonder gaan leven en de resultaten zijn dan ook behoorlijk. Al moet hier worden opgemerkt dat de grondstoffenprijzen zwaar wegen op de marges. Danone voert prijsverhogingen door om deze te counteren maar dit weegt op de verkochte volumes.
Het bedrijf maakt en verkoopt ook babyvoeding. Deze afdeling haalt de hoogste bedrijfsmarges met cijfers rondom de 20%. Ook de kleinere medische afdeling draait rond de 20% marges. Deze twee afdelingen zijn gezegd met enkele sterke verkoopargumenten. Op kinderen bespaart men niet en wilt men altijd het beste voor. Ook medische voeding is een sector waar witte producten niet bepaald populair zijn.
De laatste divisie is de waterafdeling. Deze afdeling presenteert de hoogste groeicijfers maar heeft als nadeel dat er heel wat substituten bestaan voor water in flessen.
Al bij al heeft Danone een gebalanceerde portfolio met sterke merken en vooral producten die standaard deel uitmaken van onze manier van leven. Toch slaagt de crisis genadeloos toe.
De winstwaarschuwing

Enkele dagen geleden kwam Danone met een waarschuwing: de omzet zal nog groeien maar de winstmarge niet meer. Dit komt niet als een verrassing. In het Westen bespaart de consument, dit weegt op de volumes en Danone moet alle zeilen bijzetten om klanten te behouden. Dit doet het bedrijf via het verlagen van prijzen. Hetgeen echter problematisch is in de huidige context. Het bedrijf spreekt zelf van een paradox. De grondstoffen hun prijzen stijgen en toch daalt de vraag. De reden ligt bij de groeilanden, deze groeien nog altijd. Alwaar het Westen steeds meer op zijn tellen moet passen ligt de consument in China minder wakker van economische problemen. Danone verkoopt nog altijd flessenwater in Indonesië maar niet meer in Spanje. De winstwaarschuwing moet dan ook worden gezien als een tijdelijk probleem. De prijzen en volumes in Europa gaan onder druk blijven staan alwaar de vraag in de groeilanden hoog zal blijven en de grondstoffen duur. Dit creëert tijdelijke druk op de marges.

De situatie bij Danone is zeker niet alarmerend. De EBIT marge ligt rond de 14%, een daling van een halve percent blijft een degelijk resultaat. Indien de omzet blijft groeien, met 5 tot 7%, zal de winst zelfs hoger liggen dan afgelopen jaar. Echter indien de omzet blijft dalen in Europa kan het wel snel de verkeerde kant uitgaan. Op de crisis in de Eurozone heeft Danone geen impact en reclame en promoties kunnen niet iedere klant blijven overtuigen. Het bedrijf kiest er dan ook voor om meer en meer zijn blik te richten op de rest van de wereld. Een keuze die we alleen kunnen aanmoedigen. Voor Danone is Amerika trouwens een onontgonnen gebied. Het klinkt idioot maar Griekse Yoghurt verkopen als zoete broodjes over de grote plas. Waar de Spaanse consument, Spanje is één van de kernlanden van Danone, bespaart wegens de Eurocrisis wint Danone marktaandeel en omzet in de VSA dankzij een Grieks product. Maar de echte groei haalt het bedrijf echter uit de echte groeilanden genre Brazilië en China. En Rusland. Met de overname van Unimilk is Rusland één van de belangrijkste afzetmarkten van melkproducten.

De uitdagingen van Danone zijn simpel: stijgende grondstofprijzen en een permanente oorlog om de portemonnee van de consument.  De antwoorden die het bedrijf formuleert zijn ook standaard. Meer innoveren en de groei opzoeken in opkomende regio's. Wat maakt dan Danone leuker of interessanter dan concurrenten zoals Unilever of Nestlé? Het antwoord moet niet worden gezocht in hun bedrijfsactiviteiten, die zijn gewoon oerdegelijk, maar in hun waardering. De winst per aandeel zal zeker boven de 3 euro blijven. Daar verandert de winstwaarschuwing niet erg veel aan. Dit waardeert het bedrijf aan ongeveer 15 keer de winst. Wat voor een stabiele onderneming behoorlijk is. Het bedrijf heeft een schuldgraad van ongeveer 50% en ondanks een recente grote overname is de verhouding cashflow/schulden maar 1,8. Allemaal sterke argumenten alsook het alsmaar stijgende dividend. 

Met Danone koopt u een bedrijf dat inzet op de toekomst en beschikt over een voorspelbare toekomst. De waardering is niet overdreven maar probeer het toch op te vangen aan koersen lager dan 45 euro. Ondanks de crisis, die zeker nog niet over is, houdt het bedrijf stand. In tijden van crisis moet je altijd proberen om veilige bedrijven op te zoeken die meedalen met de meute. De reactie op de winstwaarschuwing was overdreven gezien de toch nog altijd stijgende omzet en het feit dat de groeilanden steeds belangrijker worden. Geen aandeel waarbij je rijk wordt maar wel een stabiele factor voor je portefeuille. Profiteer van de huidige toestand op de beurs om te op te pikken voor de lange termijn.
Read more ...

zondag 24 juni 2012

De bouwsector: Op zoek naar groei


Investeren in de bouw

De bouwsector is een cyclische industrie met lage marges. Toch zijn ook hier interessante bedrijven en aandelen op te pikken. Het cyclische karakter is het gevolg van onzekerheid, in tijden dat inkomens en omzetten onder druk staan zullen gezinnen en bedrijven geen grote investeringen doen. En huizen of fabrieken bouwen zijn nu eenmaal grote investeringen. Hierdoor zullen aandelen van bouwbedrijven altijd noteren aan een lage koers winstverhouding. In hoogdagen zal hun winst hoog zijn maar in de herfst zal hun winst onbestaande zijn. Om de cycliciteit van een bouwaandeel wat in te schatten wordt er het best gekeken naar het orderboekje. Dit zijn alle opdrachten die men in de toekomst nog kan uitvoeren. Dit wordt dan omgezet in 'aantal jaren werk'. Wat een simpele maatstaf is. Hoeveel jaren, of maanden, kan het bedrijf met het huidige orderboekje zijn werknemers nog van werk voorzien. Indien dit getal onder de één uitkomt zal het bedrijf nood hebben aan nieuwe orders.
De lage marges zijn een gevolg van enkele typische eigenschappen van de bouw. Er is heel veel risico verbonden met het optrekken van gebouwen. Het respecteren van deadlines, ongevallen, grondstoffen die duurder worden en ga maar verder. Lage marges zijn niet het probleem op zich, maar zorgen er wel voor dat het bedrijf bij de meeste tegenslag in het rood kunnen gaan. Voldoende eigen vermogen en een beperkte schuldgraad zijn dan ook de must.
In conclusie, een goed bouwbedrijf heeft een groot orderbroek, noteert niet te duur, noteert het liefst onder of rond de boekwaarde en heeft best niet te veel schulden. We starten op basis van deze maatstaven onze zoektocht.

CFE

We beginnen dicht bij huis met dit aandeel. CFE is een Belgische groep actief in de bouw van grote projecten zoals onlangs in het Diaboloproject die afhangen van de overheid. Ook de afdeling spoor en wegenbouw haalt het merendeel van zijn orders dankzij overheidsinvesteringen. Dat de overheden besparen heeft natuurlijk een impact op deze afdelingen maar anderzijds is er in veel landen een achterstand en een noodzaak tot grote infrastructuurwerkzaamheden. Het bedrijf laat echter weten dat het orderboekje op een historisch hoog niveau staat. Wat wilt zeggen dat in 2013 tot 2015 er nog voldoende werk zal zijn. Voor 2012 is er meer onzekerheid. Met 2,93 miljard euro in het orderboek heeft het bedrijf echter een stevige buffer.
De winst van het bedrijf schommelt rond de 4,5 euro per aandeel. De koers winstverhouding ligt hiermee rond de 9, wat voor een bouwaandeel in de huidige cyclus terecht is. De winsten nu zijn laag. De boekwaarde van CFE is niet eenvoudig te berekenen omdat dit bedrijf speciaal is. Het beschikt namelijk over een uniek financieel actief, het is voor 50% aandeelhouder van DEME. Dit is een baggerbedrijf dat wereldwijd actief is en het fantastisch doet op vlak van omzet, winst en orderboek. Schattingen op basis van sectorgenoten waarderen DEME op 1,2 miljard euro. Dit maakt dat CFE ongeveer 600 miljoen euro verborgen value herbergt. De huidige marktkapitalisatie ligt eventjes boven de 500 miljoen euro. Qua onder de boekwaarde noteren kan dit tellen.
De schulden dan, deze bedragen 400 miljoen euro en liggen dus onder de waarde van DEME alsook slechts viermaal de bedrijfscashflow.

CFE is geslaagd voor de algemene maatstaven, bedrijfsspecifiek valt er het een en ander op te merken. CFE is in feite een baggergroep waarbij je de bouwactiviteiten er gratis bij krijgt. Dit doet het bedrijf oneer aan, de bouwactiviteiten zijn rendabel en het orderboekje is stevig. De echte groei zit natuurlijk in de baggerafdeling. Alsmaar meer mensen wonen in de buurt van water of kuststroken waarbij de natuur en de cultuur in een permanente strijd zijn en DEME van onschatbare waarde is. Toch noteert het bedrijf tegen een waardering alsof er geen groei meer mogelijk is. Als er eenmaal ook binnen de bouw (nog) betere tijden aantreden zal de waardering en de winst per aandeel in beweging komen hetgeen een hoge return belooft.

Vinci

CFE heeft een grote, Franse, moeder. Ongeveer 46,8% van CFE is in handen van Vinci maar een uitkoopbod wordt niet verwacht in de nabije toekomst. Net als CFE is Vinci een bouwbedrijf met een tikkeltje meer. Om te beginnen is het wereldwijd nummer één in de bouw en dit dankzij vooral een grote aanwezigheid in infrastructuurwerken. Het is dan ook niet verwonderlijk dat dit bedrijf afziet op de beurs wegens de perikelen bij de overheden. Maar net als CFE heeft Vinci een geheim wapen: concessies.
Het bedrijf baat tolwegen, luchthavens en parkings uit. Ongeveer 65% van de bedrijfscashflow komt van deze defensieve activiteiten. Want parkeren en rijden zal de mens altijd blijven doen. Dat 16% van de cashflow komt van civiele en private werken kan de pret wel drukken maar die impact hoeft men niet te overdrijven. De nieuwe energiedivisie, die bedrijven leert hoe verstandig om te gaan met stroom, heeft helemaal geen last van de economische cycli.
Tijd om er onze voorwaarden bij te halen. Het orderboek is goed voor 16 maanden werk, wat degelijk is. De waardering hangt onder de 10 keer de winst. De boekwaarde ligt onder de huidige koers, maar met 1,3 keer de boekwaarde betaalt u niet overdreven veel. De schulden liggen wel hoog maar niets onoverkomelijks gezien de hoge en vooral stabiele cashflows.



Ackermans & van Haaren

Niet meteen een bouwbedrijf deze Belgische holding maar toch de moeite om eens te vermelden. Het bedrijf heeft namelijk ook een link met CFE. AvH bezit namelijk die andere 50% van de baggergroep DEME. Indien u wel geloofd in baggeren maar niet in bouwen vormt dit bedrijf dus een goed alternatief. Al moet u er dan ook de andere activiteiten bijnemen. Het gaat dan vooral om een private bank dochter(Bank Delen en Bank Van Breda) en typische holdingactiviteiten zoals investeringen in energie en vastgoed. DEME en de banken zijn wel goed voor 75% van de  winst. Dus indien u gelooft in baggeren en denkt dat bankieren het beter gaat doen dan bouwen dan kiest u beter voor deze holding.

Conclusie

In woelige beurstijden noteert alles goedkoop maar sommige sectoren altijd goedkoper dan een ander. De bouw is zo een sector die altijd zal zakken in de huidige tijden. Wat echter niet wilt zeggen dat er geen kwaliteit is te vinden. Het kaf van het koren scheiden dus. En dat doe je door verder te kijken en te zoeken naar bedrijven die meer te bieden hebben dan gewone bouwactiviteiten. Het Nederlandse BAM bijvoorbeeld is een bouwbedrijf zonder weerga, dit bedrijf heeft dus geen veilige buffers om op terug te vallen. Het Belgische CFE heeft dit wel. Hierboven vindt u drie bedrijven met een link richting de bouwsector, elk hebben ze hun eigen verhaal en toch worden ze te vaak behandeld als eenheidsworst.


Koers
Aandeel
Advies
€ 41,00
CFE
Kopen
€ 34,91
Vinci
Kopen
€ 60,90
Ackermans & van Haaren
Afwachten

Read more ...

vrijdag 4 mei 2012

Delhaize: Veel uitdagingen, weinig vertrouwen



Storm op zee

De Belgische retailgroep Delhaize zit in zwaar weer op de beurs. Aanleiding voor de crash zijn de zwakke kwartaalcijfers. Delhaize zit in een transformatie net zoals zoveel retailers. De grondstofprijzen stijgen waardoor de producenten van levensmiddelen hun prijzen willen verhogen. Delhaize zit dus met stijgende input costs en heeft slechts twee opties: die door reken of hun marges verlagen.
Hier ging Delhaize in de fout door de prijzen in Amerika, hun belangrijkste markt, te willen verhogen om alzo hun lagere marges daar te beschermen. Natuurlijk heeft dit gevolgen gehad voor hun marktaandeel, de klanten in Amerika zijn wegens de moeilijke economische periode kieskeurig. Delhaize verloor heel wat klanten in die regio en kondigde daarom een nieuwe strategie aan. Hun New Game Plan. Dit houdt in dat ze kosten gaan besparen en dat vrijgekomen kapitaal gaan gebruiken om hun prijzen te doen zakken om alzo de klanten terug te winnen. Dit alles werd aangekondigd in de loop van 2011. De analisten verwachten dus dat deze nieuwe wind het bedrijf deugd zal doen. Echter de eerste kwartaalcijfers tonen een ander verhaal.
Voor retailers wordt er gekeken naar de zogenaamde vergelijkbare omzetgroei. Dit is de omzetgroei in winkels die langer dan een jaar open zijn. In de VSA was deze omzetevolutie – 0,6% en in België 0,9%. Een positief ingesteld iemand zou deze daling in omzet kunnen wijten aan de prijsverlagingen die Delhaize doorvoert. Inderdaad, echter Delhaize liet zijn prijzen dalen om meer klanten aan te trekken. Dit is nodig omdat de vaste kosten(personeel, huurprijzen, onderhoud…) niet zomaar meedalen. Lagere prijzen zonder extra klanten betekend druk op de marges. Met een marge van 3,5% in het eerste kwartaal doet Delhaize heel wat slechter dan de 4,5% een jaar geleden.

New Game Plan





Hun New Game Plan werkt dus niet. Om te beginnen de prijsverlagingen die ze moeten doorvoeren om klanten terug te winnen kost hun heel wat geld, de kostenbesparende maatregelen ook. Meer dan 165 miljoen euro herstructureringskosten heeft Delhaize genomen in het eerste kwartaal. Hetgeen er voor zorgde dat de gehele groep tien miljoen euro in het rood dook. Wederom, herstructureren hoeft geen ramp te zijn maar dan moet de herstructurering wel vruchten afwerpen.
Food Lion, de Amerikaanse naam voor de Delhaize winkels, wilt zichzelf heruitvinden en volgens Delhaize werpt deze transformatie vruchten af, deze transformatie is in feite simpel: verlaag de prijzen. Dat zoiets weegt op de marges is logisch. Of dit vruchten afwerpt weet niemand. Bedrijven als Wall Mart zitten ook niet stil en het is maar de vraag hoe ver men de prijzen kan laten dalen. De producenten gaan alvast niet te veel willen inbinden en de grondstofprijzen gaan niet dalen. Kosten besparen heeft ook zijn grenzen. Delhaize mikt op 500 miljoen euro, echter ze zeggen zelf dat het merendeel hiervan reeds is voltooid. Niet moeilijk aangezien het merendeel moest komen van winkelsluitingen, niet bepaald een groeistrategie. Verder wilt het meer en meer specifieke discounters oprichten zoals Bottom Dollar Food in de Verenigde Staten. Winkels die focussen op lage prijzen en minder op een aangename winkelervaring. Maar ondanks de besparing op muziek blijven de marges in dit type winkels laag.

Ruimte voor groei?

Er is ook goed nieuws, Delhaize heeft namelijk een grote overname gedaan afgelopen jaar in een groeiregio: de Balkan. Ongeveer 485 winkels en 1,3 miljard euro extra omzet heeft de groep zich zo gekocht in een regio die inderdaad groeit. Er is hier wederom een nadeel, de marges liggen triestig laag. Ja dit is deels het gevolg van hoge investeringen maar dit houdt risico’s in. Delhaize is een groep die op te veel fronten aan het strijden is. Het moet in Amerika zijn winkels rebranden, van dure winkels naar goedkoop.  Dit gaat geld kosten. Het gaat ook zijn winkels moderniseren en er nieuwe openen waar er nog groei is. Wederom, kosten. In België wordt het aangevallen door Albert Heijn maar ook Colruyt zit niet stil.  Ook hier mikt men op de lancering van discount winkels om de groei aan te zwengelen. Het bedrijf investeert dus massaal veel geld, de vraag is hoelang ze dit kunnen volhouden. De schuldgraad ligt dicht bij de 50%, zoveel ruimte voor foutjes is er dus niet echt. Met ook nog eens flinterdunne marges zit dit bedrijf echt in de hoek waar de klappen vallen. Plus deze nieuwe regio's bevatten ook de oude activiteiten in Griekenland, niet bepaald een groeiland, en zijn in omvang betrekkelijk klein. De omzet en de winst van Delhaize zijn vooral afkomstig uit de Verenigde Staten, net daar waar het bedrijf het lastig heeft.

Wat met het aandeel?

Is er dan nog een toekomst? Ja zeker. Zoals bij ieder herstructureringsverhaal heb je believers en non believers. De klanten lokken met goedkope prijzen is een strategie die werkt, maar tijd vergt. Indien Delhaize dit consistent volhoudt kan het zijn marktaandeel doen stijgen. Het bedrijf zelf blijft alvast hoopvol. Ondertussen betaald men een deftig dividend van 1,76 euro bruto. Of een rendement van om en bij de 5,5%. Men heeft dit dividend onlangs opgetrokken, hetgeen kan gezien worden als een teken van vertrouwen. Met een koers van 31,5 euro en een eigen vermogen van meer dan 50 euro noteert het aandeel ook niet duur. De nettowinst zal dit jaar nog laag blijven vanwege de herstructureringskosten en ook de volgende jaren gaan de marges laag blijven, maar een winst van meer dan 4 euro per aandeel zit in de mogelijkheden, hetgeen een lage koers/winstverhouding geeft.

Delhaize is een aandeel dat zwaar afgestraft is, het slechte nieuws zit in de koers. Echter dit wilt niet zeggen dat bij extra slecht nieuws(slechte halfjaarcijfers, economische verslechtering, beurscrisis,…) het aandeel niet nog een pak rammel kan krijgen. Indien hun plannen lukken dan koop je het aandeel op een zeer laag niveau maar hiervoor moet je geduld hebben. Dit jaar lijkt verloren voor de groep maar met hun aanwezigheid in de Balkan en de toch wel bemoedigende prestaties van de Amerikaanse economie kan het op termijn zeker profiteren van de gedane investeringen.
Read more ...

donderdag 3 mei 2012

De Bel 20: De graadmeter voor België


De Bel20 Beursindex

Een beursindex van een bepaald land probeert altijd dat land zo goed mogelijk weer te geven. Indien dit klopt dan is België volgens de huidige samenstelling van de Bel20 een land waar bier belangrijk is. En dit zou wel eens kunnen kloppen. Sinds de uittrede van Omega Pharma en de instorting van Dexia is dit de samenstelling van de Bel20.



Ieder bedrijf krijgt een weging mee, dit wordt berekend op basis van de free float en de marktkapitalisatie. Dit betekent dat als u 100 euro geeft aan de Bel20 deze 11,78 euro investeert in AB Inbev. Investeren in de Bel20 kan via allerlei fondsen alsook trackers. U kan natuurlijk ook zelf de Bel20 gaan kopiëren. Maar de vraag is natuurlijk of dit de moeite loont? Vormt de Bel20 een goed gediversifieerde index en bestaat deze uit bedrijven met een correct groeiprofiel? Om u een tip te geven, de Bel20 is van alle nationale indexen diegene met het hoogste dividendrendement. Meestal het signaal dat de bedrijven vooral geld uitkeren in plaats van te investeren in groei.
Dit komt doordat er heel wat telecomspelers aanwezig zijn in de index. Met Belgacom en Mobistar koopt u twee bedrijven die wat onder druk staan en krijgt u er ook Telenet bij, de uitdager van deze twee bedrijven. In theorie is dit een zero sum game aangezien iedere klant die Telenet wint meestal afkomstig is van Belgacom.
Verder moet u ook oppassen aangezien er twee zwaargewichten zijn: GDF Suez en AB Inbev. Alwaar deze laatste het nog redelijk doet ziet GDF Suez zwaar af. Niet zozeer operationeel maar wel op de beurs. Uw rendement zal dus vooral bepaald worden door deze twee aandelen.

Ooit was België een land van banken en holdings. Die banken moet u nu zoeken met een vergrootglas. Ja KBC bestaat nog maar is flinterdun op de beurs. Dexia is dus verdwenen en Ageas is in feite een verzekeraar. En een schim van wat het ooit was. Qua holdings hebben we van NPM al moeten afscheid nemen maar kunnen we nog altijd rekenen op GBL. Ook Ackermans& van Haaren bestaat nog altijd. Via deze laatste belegt u vooral in een bank en een baggeraar. Daarnaast is er nog een beetje over van ons oud industrieel verleden. Umicore is er nog altijd net als Solvay. Beiden zijn de weg ingeslagen van de groene groei. Bekaert had een rijk waarin de zon nooit onderging tot men in China besloot dat zonnepanelen niet zo hot waren als ooit gedacht. De crash van dit bedrijf had een beperkte impact op uw rendement indien u de volledige Bel20 zou schaduwen maar toch blijft de Bel 20 een slecht gespreide index. De meeste bedrijven zijn zeer afhankelijk van de Belgische economie zoals bijvoorbeeld Colruyt en de vastgoedbedrijven Cofinimmo en Befimmo. En het overwicht van AB Inbev en GDF Suez is te dominant.

De Bel20 is vooral leuk om een snel beeld te werpen op hoe het globaal gezien gaat op de beurs. Maar er zelf geld in steken doe je beter niet, spreiden is belangrijk en op die regel zondigt de nationale index zwaar. Beter investeer je afzonderlijk in één van de leden.


Read more ...

woensdag 2 mei 2012

Telenet: De bomen blijven groeien?


Het verhaal Telenet

Telecom is een veilige sector om in te beleggen luidt het verhaal. Mensen zullen altijd bellen en telefoneren. Toch dalen de koersen van de meeste telecombedrijven. De reden is dat de omzet van deze bedrijven onder druk staan. Dit komt omdat overheden de prijzen verlagen of omdat concurrenten een prijzenslag voeren. Of omdat de consumenten steeds anders ‘data’ consumeren. Een dalende omzet heeft een dalende winst ten gevolgen en deze dalende winst zet druk op het dividend. En laat ons eerlijk zijn, telecombedrijven zijn vooral gulle dividendbetalers.
Telenet vormt op dit dividendbeleid geen uitzondering met kapitaalverminderingen en dividendverhogingen aan de lopende band. Wat het bedrijf echt uitzonderlijk maakt is dat het nog altijd groeit in omzet. Heeft dit bedrijf een magische formule?

In feite niet nee. Het bedrijf begon als kabelaar, wat wilt zeggen dat het ervoor zorgt dat de analoge televisie in uw huis geraakt. Hierop verdien je niet veel als bedrijf maar het geeft je wel letterlijk een voet tussen de deur. En Telenet is een meester in het openbreken van deuren. Het laat zijn klanten overstappen van analoge televisie naar digitale televisie. En vraagt in ruil voor een betere beeldkwaliteit extra geld hiervoor. Terwijl u toch tv kijkt via hun kabel kan u ook via hun internet en vaste telefonie afnemen. Packs is het groeiwoord in de telecom bussines. Het is een Engels woord om simpelweg te zeggen dat je meer dan één dienst afneemt. Vaak met een korting. Telenet slaagt hier perfect in en ziet daardoor de omzet jaar na jaar groeien.

Is Telenet uniek?

Doet Belgacom niet hetzelfde? Biedt dit bedrijf ook geen televisie en telefonie aan samen met internet? Inderdaad, alleen als ex monopolist kan je bijna niet meer groeien. Mensen bellen steeds minder via de vaste lijn dus daarop verlies je klanten. Plus de grote problemen binnen de telecomwereld situeren zich vooral bij de mobiele telefonie, de GSM tarieven staan meer onder druk dan de prijzen van internet en tv abonnementen. Telenet zit dus in de juiste markten en heeft een ideale marktenpositie om te groeien. Maar natuurlijk komt aan iedere groei een einde, zeker als je eindmarkt zich altijd beperkt tot alleen Vlaanderen. Een ander gevaar is ook dat na tripple packs(telefonie, GSM en tv) er vooral gemikt wordt op quatro packs. Belgacom is reeds bezig met dit aan te bieden met internet everywhere. Maar Telenet zit natuurlijk niet stil, het  biedt ook zijn eigen GSM diensten aan. Er wordt in dit geval ook gefluisterd dat Telenet de activiteiten van BASE zou overnemen maar dit lijkt onwaarschijnlijk gezien de hoge kostprijs voor BASE. De hoofdaandeelhouder van Telenet zou dit plan ook niet genegen zijn.

De toekomst?
De groei voor het bedrijf is dus nog wel eventjes verzekert. De kwartaalcijfers tonen dit ook, 14% meer digitale televisieklanten, 19% meer mobiele telefonie klanten en 10% meer klanten die drie diensten afnemen. Ja de oude kabeldiensten staan onder druk maar Telenet slaagt erin om meer klanten ook meer te laten betalen voor meer diensten. De bovenste lijn van het bedrijf is veilig. Maar een bedrijf is ook de onderste lijn. En hier dreigt een gevaar voor het bedrijf. Telenet staat vooral gekend om zijn gulheid richting de aandeelhouders. Dit jaar gaat er een dividend zijn van 1 euro bruto en een kapitaalsvermindering van 3,25 euro. Afgelopen jaar keerde de groep een half miljard euro uit aan zijn aandeelhouders. Bijna de gehele cashflow werd uitgekeerd hetgeen inhoud dat het bedrijf moet lenen voor al zijn investeringen. Zelf maakt Telenet hier geen enkel probleem van, het wilt tot 3,5 keer zijn EBITDA gaan lenen. Hetgeen inhoudt dat het bedrijf de volledige kasstroom van drie jaar nodig heeft en nog niet eens schuldenvrij zou zijn. Telenet kan deze hoge schuldgraad verantwoorden omdat het stabiele inkomsten heeft.

Heeft Telenet een plaats in de beleggingsportefeuille?

Is Telenet een aandeel voor de brave huisvader? Wel het antwoord is lastig. Het bedrijf zit in een rustige sector, een concurrentieslag of een grote overname wordt niet bepaald verwacht. Binnen zijn sector is het dan ook nog eens de enige die erin slaagt om te groeien. Op dat vlak is alles in orde. De hoge uitkeringen kunnen echter niet blijven duren, op een bepaald moment zitten ze aan het plafond dat de banken gaan toestaan. Het bedrijf zelf verwacht dat ergens in 2013 dat plafond is bereikt, tot dan is het hoge dividend verzekert. Daarna zal het dividend haast zeker zakken, maar dat wilt niet zeggen dat Telenet die dag geen dividendaandeel meer zal zijn. De investeringskosten zijn laag en de marges voldoende hoog om ook dan nog een deftig dividend uit te betalen. Maar men moet rekening houden dat dit dividend niet voor eeuwig is. Dit kan een weerslag hebben op de koers net zoals een vertraging van de omzetgroei een risico inhoudt. 

Telenet is trouwens geen bedrijf voor mensen die focussen op klassieke maatstaven zoals koers/winstverhoudingen. Omdat het bedrijf zoveel schulden heeft betaald het heel veel interesten, dit weegt op de nettowinst. Omdat rentelasten de belangrijkste kosten zijn heeft Telenet een heel systeem van swaps en derivaten nodig om die beheersbaar te maken. Een plotse rente opstoot kan het bedrijf de das omdoen. Daarom dekt men zich in, deze indekkingproducten hebben echter zelf ook een waarde. Indien deze dalen, omdat de rente daalt, zal de rentelast voor het bedrijf dalen maar moet het bedrijf verlies nemen op de aankoopprijs van deze producten. Hierdoor springt het onderste lijntje van het bedrijf alle richten uit. De K/W is dan ook hoog en ook de EV/EBITDA ligt aan de hoge kant, de indicator die wel telt is het dividendrendement dat met 16,5% aan een koers van 32,32 euro aan de hele hoge kant is.

Telenet is een bedrijf met voor en tegenstanders. In het voordeel van het bedrijf spreekt het hoge dividend en de mogelijkheid tot groei. Tot zijn nadeel spreekt dat de verwachtingen hoog liggen en het dividend en de groei ooit van hun pluimen gaan verliezen. In de tussentijd kan u echter genieten van één van de hoogste nettorendementen op de gehele beurs.

Geen roerende voorheffing

Telenet gaat maandag 7 mei ex dividend voor één euro. Voor de kapitaalsvermindering moet u wachten tot in augustus en dan maakt u recht op 3,25 euro. Op het dividend betaald u de gewone 25% roerende voorheffing, op de kapitaalsvermindering hoeft u geen belastingen te betalen. Die 3,25 euro krijgt u netto in de hand. 
Read more ...