maandag 26 december 2011

Coöperatieve vennootschappen: Arco en Cera


Coöperatieve vennootschappen 

Er zijn heel wat manieren om geld te beleggen, één van de meer populaire manieren in België was om dit te doen via coöperatieve vennootschappen. Dit valt te vergelijken met een obligatie. Je koopt deelbewijzen tegen een vaste prijs en krijgt in ruil een vergoeding. Je maakt geen winst op het deelbewijs, die behoudt normaal zijn waarde, maar op de vergoeding die je krijgt. Deze vergoeding is geen op voorhand vastgestelde rente maar is variabel en hangt af van de prestaties van de vennootschap.
Of te wel, een aandeel dat wel dividend betaald maar niet op de beurs is genoteerd en niet kan zakken. Er zijn wel nog een paar verschillen natuurlijk. Om te beginnen is er geen roerende voorheffing verschuldigd op het dividend zolang dit minder dan 170 euro per persoon is. En je kan je geld niet ieder moment terugkrijgen, zoals een aandeel, maar alleen op welbepaalde momenten.

Hoe zo een coöperatieve vennootschap werkt is een simpel antwoord te geven. Meestal halen ze bij hun start geld op. Ze creëren tien aandelen die elk tien euro waard zijn. Je kan maximum één aandeel bezitten per persoon. De vennootschap heeft tien aandeelhouders, honderd euro kapitaal en ieder aandeel is tien euro waard. Nu zal de vennootschap het kapitaal investeren in iets. Meestal gaat men hierbij ook geld lenen. Stel dat men ook nog eens honderd euro leent. Men gaat die tweehonderd euro investeren in een obligatie die 5% opbrengt. Men krijgt dus binnen de vennootschap ieder jaar 10 euro binnen. Men beslist dan om 50% van de opbrengst uit te keren en de rest aan te houden. Men keert dus 5 euro uit, of een halve euro per aandeel. Je krijgt 5% rendement op je aandeel. Netto is dit dus je doet je meer voordeel dan had je zelf die obligatie gekocht. Plus de vennootschap bouwt kapitaal op.
Wil je uitstappen uit de vennootschap krijg je tien euro terug, ze verkopen dus een deel van hun belegging en betalen je uit. Je enige winst die je doet is het dividend dat je hebt gekregen. Bij veel coöperatieve vennootschappen kan je trouwens dit dividend weer beleggen in deelbewijzen en alzo je kapitaal opbouwen.

Arco en Cera

 
De bovenstaande coöperatieve vennootschappen haalden geld op hun aandeelhouders en hebben dan een beetje extra geleend. Dit geld hebben ze geïnvesteerd in allerlei bedrijven. In het geval van Arco voornamelijk in Dexia, in het geval van Cera in KBC. Dat beiden voor een bank als belegging hebben gekozen is logisch. De meeste coöperatieve vennootschappen zijn geen investeringsclubs maar industriële holdings. Ze gebruiken meestal het geld om een bedrijf op te richten. Vandaag zijn er zo heel wat windmolenparken waar een coöperatieve vennootschap achter zit. Cera en Arco hebben met het opgehaalde geld een bank opgericht die later is gefuseerd tot respectievelijk KBC en Dexia.

Laat ons dieper ingaan op Cera. Deze vennootschap bezit 7,3% van de KBC aandelen en 59,8% van de KBC Ancora aandelen. Indien KBC een dividend betaald stroomt er geld naar KBC Ancora en naar Cera. Dit dividend gebruikte Cera om zijn aandeelhouders een dividend te geven alsook om een deel te herinvesteren in KBC, intresten af te betalen en voor hun werkingskosten. Er is in theorie geen vuiltje aan de lucht. Indien KBC geen dividend meer betaald zal Cera zijn aandeelhouders ook geen dividend geven en zijn reserves gebruiken om de intrest af te betalen. Dit is geen leuke situatie maar hoeft ook niet het einde van de wereld te betekenen. Het probleem zit hem meer op vlak van de balans.


Cera heeft geld opgehaald, eigen vermogen is dit, en heeft ook geld geleend, vreemd vermogen. Samen goed voor 2 miljard euro, waarvan ongeveer 1,3 miljard euro inbreng van de vennoten en 150 miljoen winsten uit het verleden. Dit geld heeft Cera geïnvesteerd in KBC en KBC Ancora. Op hun actiefzijde staat dus ook twee miljard euro. Mooi in evenwicht. Indien iemand wilt uitstappen verkoopt men gewoon een paar aandelen KBC en KBC Ancora. Aangezien je niet op elk moment kan uitstappen kan de vennootschap zich hierop voorbereiden door in aanloop van deze uitstapmogelijkheid kapitaal op te bouwen. Wederom geen vuiltje aan de lucht. Indien er zelfs een beetje verlies is op de aankoopwaarde valt dit perfect op te vangen. Want niet iedereen stapt uit op hetzelfde moment.

Echter, terug naar de realiteit. KBC en KBC Ancora zijn opgenomen in de boeken van Cera tegen een koers van 31,44 euro per aandeel KBC en 25,36 euro per aandeel KBC Ancora. Een aandeel KBC is op de beurs nu 9,33 euro waard, en een aandeel KBC Ancora nog 3,5 euro. Wat inhoudt dat indien Cera al zijn aandelen zou verkopen het nog maar 400 miljoen euro zou krijgen. Niet eens voldoende om de schulden, 700 miljoen euro, af te betalen. In zo een geval spreekt men van een virtueel failliet. De aandeelhouders zijn alles kwijt. Echter er is een oplossing. Indien Cera zijn aandelen niet verkoopt moet het zijn verlies niet nemen. En wanneer moet Cera zijn aandelen niet verkopen?

Juist ja, indien niemand kan uitstappen. Dit is hetgeen er nu bij Cera beslist is. De aandeelhouders mogen hun aandeel niet verkopen. Dit is mogelijk omdat het geen beursgenoteerde aandelen zijn. Alleen Cera kan aandelen van zichzelf kopen. Het zegt nu dat het dit niet gaat doen, hierdoor moet het geen activa van zichzelf verkopen om hiervoor geld vrij te maken. Voor deze strategie valt iets te zeggen. Indien de koersen van KBC en KBC Ancora weer stijgen komt alles wel weer goed. Maar lijkt dit aannemelijk?
 
KBC is de sterkste gebleken van de drie Belgische banken. Maar met sterk wordt vandaag vooral bedoelt dat de bank niet failliet gaat gaan.  Maar of er nog binnenkort een dividend en koerswinst inzit dat weet niemand. De kans is groot dat Cera de komende vijf of zelfs tien jaar zijn aandeelhouders niet laat uitstappen en niet gaat vergoeden in de vorm van een dividend. Op die manier hoopt de vennootschap zichzelf te redden. Voor de aandeelhouders betekent dit echter een serieuze aderlating.

Arco

Bij Arco een gelijkend verhaal. Hun belang in Dexia is minder waard dan hun schulden. In dit geval echter heeft men gekozen voor de vereffening. Men verkoopt al zijn activa, lost de schulden af en…wel ja dan stopt het. Normaal zal er niet voldoende geld zijn om de aandeelhouders te vergoeden. Echter de overheid aanziet coöperatieve vennootschappen als een spaarboek. Het eigen vermogen van zowel Cera als Arco is dus gewaarborgd door de overheid. Vrij vertaalt gaat dit over tweemaal één miljard euro geld dat de overheid zal moeten ophoesten. Zal Cera ook kiezen voor deze vereffening? De kans lijkt groot.

 Conclusie


Voor mensen die aandelen Arco en Cera bezitten zit er niets anders op dan af te wachten. Er zal normaal geen direct kapitaalsverlies zijn, maar op een vergoeding moet je niet meer hopen. Arco zal nog zeker drie jaar duren alvorens je kans maakt om je geld weer te zien, bij Cera kan het algauw een jaar langer duren. Zeker nu het zo lijkt dat Cera niet voor de vereffening kiest. Hierbij is de kans groot dat het tien jaar kan duren. 
Read more ...

Wat met Fondsen?


Wat met Fondsen?

Het eindejaar staat voor de deur en waarschijnlijk heeft u naast de vele kerstcadeaus ook van uw bank reeds een presentje gekregen. Eind december en begin januari betaalt de bank uw rente uit op de spaarrekeningen. Aangezien de Belg voor heel wat miljarden geld heeft staan op zijn spaarrekeningen, 180 miljard euro, gaat het om een enorm bedrag aan geld dat plotsklaps zal verschijnen in het land. Als de gemiddelde spaarboek met getrouwheidspremie 2% opbrengt gaat het over 3,6 miljard euro. Daarmee kan je al een heel eind.
Voeg hierbij de centjes die je krijgt van je bedrijf, eindejaarspremie, en een gulle nonkel en januari is traditioneel de maand van het sparen. Waarschijnlijk is sparen zelfs één van uw vele goede voornemens.

Ook de banken weten dat er nu heel wat extraatjes in de markt komen. Uw inkomen, dat geeft u uit aan van alles en nog wat. Maar uw intrest, dat is voor veel mensen toch nog iets speciaals. U heeft waarschijnlijk de reflex om dit niet uit te geven, maar te sparen. Banken kennen u beter dan u denkt, verwacht u dus maar aan een telefoon de komende weken. Hierin zullen ze u discreet erop wijzen dat het spaarboekje saai is, maar degelijk, en dat er betere beleggingen zijn. Even veilig natuurlijk. Wel laat me stellen, ze hebben gelijk. Een spaarboek is saai. Al die andere dingen die ze u gaan aanraden zijn dat niet. Tak21 en Tak23 zal u horen. Klikfondsen, fondsen met kapitaalsbescherming, indexfondsen, inflatieobligaties en gaat u maar verder. U gaat heel wat woordjes leren voor een duistere scrabbelavond. De vraag is natuurlijk, zijn deze beleggingen degelijk?

De pot geld

Een fonds is vrij simpel een pot met geld. We beginnen met de meest populaire fondsen, de open fondsen. Hier is de pot geld altijd open, u kan er insteken en u kan hetgeen u erin stak er weer uithalen. Iedere werkdag kan je deelbewijzen kopen van dat bepaald fonds. U steekt dan geld in de pot en krijgt een soort van 'aandeel' in de plaats. Dat geld zal natuurlijk niet gewoon liggen rusten in de pot. Iemand zal dat geld beheren. Meestal hebben fondsen ronkende namen als: Green Equity, Emerging Markets, Valuta Investment en ga maar verder. Open Google translate en u zal weten wat uw fonds doet. Het zal zijn pot geld beleggen in groeilanden, in groene energie of in vreemde munten. Er zijn ook fondsen die beleggen in Belgische aandelen, in dividendaandelen en in overheidsobligaties. U kan het zo gek niet bedenken of het bestaat.

Iemand beheert die pot geld  en natuurlijk moet die iemand vergoed worden. Ook instappen en uitstappen zal u geld kosten. Fondsen zijn met andere woorden altijd bezwaard met kosten. Dat beheren van de fondsen gebeurt door professionele mensen die verstand van zaken hebben. Maar het blijven natuurlijk mensen. Een fonds dat bijvoorbeeld belegd in aandelen met een hoog dividendrendement koopt aandelen die een hoog dividend uitbetalen zoals telecombedrijven en nutsbedrijven. Indien deze aandelen echter zakken zal ook het fonds zakken, dat spreekt voor zich. Met andere woorden, een fonds zonder kapitaalsbescherming biedt geen bescherming tegen dalende beurskoersen. Wel integendeel. De pot geld moet beheerd worden, er mag slechts een deel in cash zitten. Indien iemand instapt koopt de beheerder daarmee nieuwe aandelen van bijvoorbeeld Belgacom. Indien Belgacom zakt zal de waarde van het fonds zakken, alsook de deelbewijzen die je hebt gekocht. Wil je uitstappen moet de beheerder geld vrijmaken. Dit doet hij door aandelen te verkopen. Hierdoor kan het zijn dat het verlies alsmaar blijft oplopen. Mensen die massaal uitstappen kunnen een fonds doen opheffen.
Kortom, met een fonds zonder kapitaalsbescherming laat u het beleggingswerk door iemand anders doen. Die iemand moet betaald worden, en u betaald die natuurlijk. Die iemand zal het niet gek beter doen dan u. Meestal omdat hij gebonden is aan een bepaald thema. Neem nu een fonds dat focust op energie. Bedrijven als GDF Suez, RWE en EDF zitten dan in zijn fondsportefeuille. Indien echter GDF Suez zakt zullen meestel die andere ook zakken, die sector hangt nauw aan elkaar. Waardoor het verlies hoger is dan had u een deel in GDF Suez geïnvesteerd en een deel in een andere sector. Er zijn ook fondsen, algemene fondsen, die in alles beleggen natuurlijk. Indien u geen tijd hebt om uw geld zelf te beheren zijn deze wel een goed alternatief. Denk hieraan Carmignac bijvoorbeeld.

Kapitalisatie of niet?


Naast open fondsen en met kapitaalsbescherming is er nog een verschil tussen kapitalisatie en uitkeringsfondsen. Indien uw fonds belegt in bedrijven zal het van tijd tot stond dividenden krijgen en meerwaarden boeken. De fondsbeheerder biedt u de mogelijkheid om jaarlijks een deel van uw winst veilig te stellen door een dividend uit te keren. U betaalt hierop echter roerende voorheffing. Indien uw fonds belegt in buitenlandse aandelen doet u wel profijt omdat er geen dubbele roerende voorheffing is. Kapitalisatiefondsen herinvesteren ieder opbrengst die ze hebben, het fonds neemt dus toe in waarde net zoals uw deelbewijzen in de pot geld. Op meerwaarden wordt u nog altijd niet belast. Samenvattend, indien u gaat voor een open fonds kies dan één met kapitaalsbescherming en één met een zo breed mogelijke focus.
 
Fondsen hebben dus hun voordelen, maar zeker ook hun nadelen. Indien u wilt beleggen in groeilanden is een fonds een goed alternatief omdat u niet zelf aandelen uit die landen kan gaan opzoeken of omdat de transactiekosten voor die beurzen zeer hoog zijn. Hier bieden fondsen een goed alternatief. Persoonlijk opteer ik voor het zelf te doen. Een fonds beschermt je niet tegen verliezen, daarvoor moet je het niet doen. Met een aandelenportefeuille in eigen beheer heb je ook iets meer controle over welke aandelen je uitkiest.


Kapitaalsbescherming

Fondsen met kapitaalsbescherming houdt in dat je al zeker je kapitaal terugkrijgt. Het rendement hangt vaak af van 'gekke' factoren zoals de beweging van een bepaalde index ten opzichte van een andere index. Van dit soort fondsen blijft u beter af, indien u kapitaalbescherming wilt koopt u obligaties of staatsbonnen. Hiervan ben je zeker van en het kapitaal en het rendement. Indien u wilt experimenteren met variabel rendement neem dan meteen ook de stap om uw kapitaal in 'gevaar' te brengen. Fondsen kunnen dalen maar meestal is dat beperkt en zolang u blijft zitten is er altijd een kans dat het weer omhoog gaat.


Conclusie: Heeft u geen tijd om uw geld zelf te laten renderen maar durft u het risico aan koop dan een open fonds met kapitalisatie en dat belegt in aandelen zoals Carmignac.
Read more ...

dinsdag 29 november 2011

De Begroting Di Rupo



Nu de Belgische begroting steeds meer naar buiten toe bekend geraakt komen er toch enkele verrassingen uit de kast die van tel zijn voor beleggers. Op alle vast renderende producten, dit zijn obligaties, spaarrekeningen, termijnrekeningen,kasbons, staatsbons,… zal vanaf 2012 een roerende voorheffing aan de bron worden ingehouden van 21%. Indien u  100 euro rente krijgt gaat daarvan 21 euro naar de staat, de andere 79 euro is voor u. Hierop is tot hiertoe één uitzondering. De staatsbon die je tot nu vrijdag(2december) kan kopen zal slechts aan 15% roerende voorheffing belast worden. Zoals trouwens alle rentebetalingen die u nog dit jaar zal ontvangen.
De spaarboek blijft vrijgesteld van roerende voorheffing indien u onder het plafond blijft.

Deze strip behoudt wel zijn waarde
Voor beleggers in aandelen is er goed en slecht nieuws. Het goede nieuws, de meerwaardebelasting is afgevoerd. Minder goed nieuws is dat de roerende voorheffing op 25% blijft. Op dividenden betaald u dus 25% zoals het vroeger was. Op kapitaalverminderingen betaald u geen belastingen. Er verandert wel iets, namelijk de strips hun belastingvoordeel daalt. Vandaag kon u per strip per aandeel een dividendverlaging krijgen tot 15%, vanaf de nieuwe regeling zullen strips u nog maar 21% roerende voorheffing opleveren. Ze zijn dus minder nuttig en dat is toch wel belangrijk aangezien bij de aankoop van een strip je moet kijken hoe snel je die aankoop terugverdiend. Die termijn wordt nu langer.
Nog minder goed nieuws is de stijging van de beurstaks, die betaald u per transactie en gaat omhoog tot 0,22% met een maximum van 500 euro per transactie. Een goed overzicht was te vinden in de Tijd van vandaag, 29 november 2011.



Read more ...

zondag 27 november 2011

Het nettorendement


Directeur Jean Deboutte van het Agentschap van de Schuld

 Ons agentschap van de schuld, een verder zeer puike instelling die fantastisch werk verricht, laat weten dat de staatsbon aan 100% wordt uitgegeven omdat de spaarder anders moeite heeft om het rendement te bepalen. Laat mij bij deze onze geliefde schatkist ter hulp schieten en u haarfijn uitleggen hoe je rendementen bepaald.
Een rente is altijd een percentage en wordt altijd bepaald aan 100. Indien u 5% rente hebt krijgt u per schuif van 100 euro een mooie 5. Dus of uw staatsbon nu 105% of 98% heeft als uitgifte waarde maakt niets uit, u krijgt 5 euro per rentebetaling. Maar zo berekend u natuurlijk uw rendement niet. Dat berekend u op basis van het bedrag dat u investeert in het product. Bij 105%, boven pari noemt men dat, betaald u 105 euro, indien u dus 5 euro krijgt geeft dit een rendement van (5 delen door 100) 4,76%. Bij een uitgifte prijs van 98% is het dan weer 5 delen door 98 (u geeft 98 euro voor iets dat 100 euro waard is) en dat geeft 5,1%. Zo simpel is dat.
Wat dan op vervaldag? Wel dan krijgt u altijd 100 euro, of u nu beneden of boven pari hebt gegeven. In geval dat u beneden pari hebt betaald krijgt u nog wat extra, anders krijgt u zogenaamd wat minder. Een voorbeeld.
U koopt één obligatie aan 105%. U geeft de bank 105 euro. Het is er eentje op vijf jaar dus u krijgt vijf jaar lang de rente, die we wederom op 5% zetten. Dit geeft  5 maal 5 of 25 euro na al die jaren. U deelt die 25 euro door de 105 euro die u geïnvesteerd heeft en u krijgt 23,8% rendement op vijf jaar. Voor uw jaarrendement delen we gewoon door vijf, wat wederom 4,76% geeft. Allemaal zeer begrijpbaar en bijna basis wiskunde. Concreet heeft natuurlijk maar 20 euro verdiend aangezien u slechts 100 euro terugkrijgt en u wel 105 euro hebt gegeven. Waardoor uw werkelijk rendement slechts 20% bedraagt, wat 4% op jaarbasis geeft. Dit is het werkelijke bruto rendement. Dit kan u ook eenvoudig verkrijgen door alles wat boven pari is, die 5%, te delen door de looptijd en af te trekken van de aangeboden rente. Dus 5 delen door 5 en we komen uit op 1. Dit aftrekken van de aangeboden rente van 5%, geeft 4%. Het agentschap van de schuld onderschat u vreselijk.

Indien u aankopen doet op de secundaire obligatiemarkt moet u deze regel ook onthouden. Indien een obligatie nog 4 rentebetalingen doet kan het soms toch nog lonen om te kopen boven pari. Echter indien er een obligatie op de markt staat aan 105% van zijn waarde, 4% rente biedt en nog slechts één jaar loopt dan moet u tweemaal nadenken. U geeft 105 euro, op vervaldag krijgt u 100 euro terug samen met 4 euro rente. U doet u dus verlies. Bij aankopen van obligatie dus altijd dit eenvoudig sommetje toepassen: rente- (aankoop/uitgifte waarde - nominale waarde)/resterende looptijd.

Omdat vadertje staat ook graag eens passeert aan start moet er ook nog van bruto naar netto worden overgegaan. Wederom niets moeilijk. Tot hiertoe is de roerende voorheffing, de belasting op inkomen uit kapitaal, beperkt tot 15% voor obligaties en kasbons. Ook spaarboekjes worden aan 15% belast. Echter indien de uitgekeerde rente lager is dan 1770 euro betaald u geen belastingen. U moet al over een stevig spaarboekje beschikken om hierboven te zitten. Dus 15% betaald u op iedere intrestbetaling. In ons voorbeeld krijgt u 5% bruto, we doen dit maal 0,85 en we komen uit op het nettorendement. Wat meteen opvalt, de potentiële meerwaarden die u heeft bij het aankopen onder pari worden niet belast. Inderdaad er was eventjes sprake van een meerwaardebelasting maar tot hiertoe is het zo dat meerwaarden op aandelen of obligaties zijn onbelast.

Maar toch staat er veranderingen op stapel, de roerende voorheffing zou stijgen naar 21%. Dit heeft twee gevolgen. In 2011 zal u nog 15% betalen op intresten uit obligaties, eenmaal de wetgeving is aangepast zal dit 21% zijn. Dit gaat meteen in, de rente op uw obligaties zal bruto hetzelfde blijven maar netto zal er minder overblijven. Wees niet ongerust, de bank houdt de roerende voorheffing spontaan af. U moet hiervoor niets doen.
De tweede wijziging is voor aandelen. Bij aandelen uit het buitenland heb ik goed nieuws voor u. Op dividenden, de intrest op aandelen, betaald u 25% op dit moment. Dit zakt dus naar 21%, wat goed nieuws is. Voor Belgische aandelen is het verhaal anders. Er zijn sommige aandelen waarop u slechts 15% roerende voorheffing hoeft te betalen, hiervoor noteren er strips op de beurs. Met de nieuwe regels rond roerende voorheffing lijkt het logisch dat deze strips verdwijnen en dus waardeloos zijn. Indien u strips heeft, die bent u kwijt. Indien u nog geen strips heeft, geen zorgen u zal u profijt doen aangezien u reeds 25% betaalde en nu slechts 21%.
Voor de veel besproken coöperatieve aandelen gelden nog andere regels, die zijn vrijgesteld van roerende voorheffing tot een bepaald bedrag, 170 euro is dit normaal, waardoor de nieuwe regels geen invloed hebben op deze producten.

Concreet: Het agentschap van de schuld weet nu dat u wel uw rendement kan berekenen als ze staatsbons beneden pari uitgeeft waardoor wij met zijn allen hopen op een eerlijkere uitgifte van staatsbons in de toekomst. Verder, de verandering in roerende voorheffing betekend meestal goed nieuws voor de aandelenbelegger, minder goed nieuws voor de obligatiebelegger.
Read more ...

zaterdag 26 november 2011

Ratingverlaging België






Standard&Poor's verlaagd rating België




Wat is een rating?

Ieder bedrijf dat geld ophaalt heeft een rating, de meeste landen hebben dit ook. De reden hierachter is zeer simpel, als je geld ontleend is je belangrijkste bekommernis het terugkrijgen van dat geld. Indien jij leent aan je buur en je weet dat die vast werk heeft, zuinig leeft en dat soort zaken zal je die vraag zelf kunnen beantwoorden. Leen je jouw geld uit aan een bedrijf dan is die vraag minder eenvoudig te beantwoorden. Hier komen de ratingbureaus in het spel. Deze bedrijven worden betaald door andere bedrijven, voor landen doen ze het gratis, om hun boeken door te lichten en het risico op wanbetaling te berekenen. Deze berekeningen monden uit in een letter. Iemand met drie AAA's heeft minder risico op wanbetaling dan iemand met AA. Zo simpel is het. De adder onder het gras is echter enorm. Om te beginnen, iedere terugbetaling draagt risico's in de ogen van de ratingbureaus. Dus ook een AAA kan zijn terugbetalingen staken, alleen de kans is kleiner dan iemand met BB.
Echter de belangrijkste adder is het inschattingsvermogen van de agentschappen. Hier gaat het al wel eens fout, en dan zit je plots met een AAA bedrijf dat in feite maar BBB is. Die inschattingsfout is niet alleen het gevolg van wanbeleid binnen de ratingbureaus maar kan ook het gevolg zijn van een veranderende economie toestand. Daarom heeft iedere rating ook een outlook, zal de rating worden herzien en zo ja in welke richting.

De ratings zijn in feite onder te verdelen in drie categorieën: veilig, beleggingswaardig en rommel. Bij veilig krijg je een laag rendement maar krijg je haast zeker je geld. Bij beleggingswaardig, de grootste categorie, krijg je per trapje op de lettersoep een beetje meer rente voor een beetje meer risico. Maar in theorie lukt de terugbetaling altijd. Met rommel speel je letterlijk een spelletje roulette. Indien het lukt, veel rendement. Indien het niet lukt, alles kwijt. De ratings verschillen per bureau maar globaal is dit een mooi schema. De letter A staat voor veilig, hoe meer A's je hebt hoe veiliger. De letter B staat voor minder veilig, hoe meer B's hoe veiliger. Alle andere letters wijzen op ofwel heel groot risico of duiden aan dat het bedrijf reeds in faling is gegaan.


Wat doet een rating?

Op zich doet een rating niet veel. Het geeft een indicatie. Die niet altijd even correct is zelfs. Maar toch wordt er veel waarde gehecht aan deze rating. Om te beginnen mogen bepaalde lange termijn investeerders zoals pensioenfondsen en verzekeraars alleen maar in A gecatalogeerde activaklassen beleggen. Daalt de rating dan moet dit fonds verkopen. Ook banken moeten een bepaald percentage van hun deposito's in veilig papier steken. Indien de rating dan ook onder een bepaald niveau valt, meestal vanaf BBB, moeten ze hun onderpand verhogen willen ze nog in dat papier investeren. Het spreekt dus voor zich dat een lage rating meteen als gevolg heeft dat er minder kopers zijn. Een ratingverlaging kan dus een verkoopgolf op gang brengen.
Verder hangt de rente nauw samen met de rating. Hoe hoger de rating, hoe minder rente men zal moeten betalen. De risicopremie is dus lager. Dit is in feite de belangrijkste rol van een rating, de rente bepalen. Bedrijven zullen er dan ook alles aan doen om een hoge rating te behouden.

Wat zijn de gevolgen van de Belgische ratingverlaging

Om te beginnen blijft Belgisch papier investeerderwaardig, het is dus niet zo dat alle banken nu naar de uitgang gaan lopen. De verlaging was ook reeds lang geanticipeerd waardoor de impact op de beurzen in theorie zal meevallen, anderzijds de reden waarom de geëiste rente op de secundaire markten oploopt is net omdat men vreesde voor een ratingverlaging. De hogere rente is dan ook het belangrijkste gevolg van dit alles. Dit zal traag doorsijpelen naar de Belgische economie. Om te beginnen zal de overheid meer rente moeten betalen op nieuwe schuld die ze uitgeven. Voor 2012 zal men ongeveer 80 miljard euro moeten ophalen. Maandag zal het Agentschap van de Schuld ook proberen om 2,5 miljard euro op te halen. Dit zal ook gebeuren tegen een hogere rente dan een maand of drie terug. Concreet betekend dit dat de begroting, waar men rekening houd met te betalen rente, extra verzwaard zal worden wat extra besparingen of belastingen mogelijk maakt.
Voor de consument valt de impact mee. Om te beginnen is de spaarrente op spaarboekjes en kasbons niet verbonden aan de overheidsrente maar aan de rente die de Europese Centrale Bank hanteert. Indien u wilt profiteren van de stijgende rente zal u staatsbons moeten kopen. Voor mensen die een lening hebben kunnen er wel gevolgen zijn. Banken hebben altijd de keuze, geld ontlenen aan mensen of aan de overheid. Het spreekt voor zich dat indien de overheid meer rente betaald ook de leningen voor een huis omhoog gaan. Indien u variabele rente heeft kan u dit effect dus voelen. Voor nieuwe leningen zal er ook een verschil zijn. Mensen met een vaste rente zitten normaal veilig en doen zich in theorie dus profijt.
Voor mensen die reeds staatsbonnen of obligaties bezitten is er geen reden tot paniek. De terugbetalingscapaciteiten van de overheid blijven sterk. De koers van deze obligaties zal wel onder druk kunnen blijven staan, waardoor verkopen op de secundaire markt moeilijker zal zijn. Maar op vervaldag krijgt u nog altijd uw inleg terug en de overheid zal ook de intrest blijven betalen.

Read more ...